maandag 1 september 2014

Miet en Griet 12

Miet en Griet zinnen op wraak

De zusters zitten samen met Twan te mijmeren onder het bankje aan de boulevard van Egmond aan Zee. Het zomerseizoen zit er bijna op en dat brengt voor iedereen zorgen mee. Miet en Griet raken hun beschermde onderkomen kwijt omdat de strandhuisjes afgebroken moeten worden.
Ieder jaar weer geeft dat huisvestingsperikelen. Je zou zeggen dat die twee beter moeten weten, maar niets is minder waar. Begin september is altijd goed voor stress en rijst de vraag waar ze hun winterresidence zullen inrichten. Twan heeft andere zorgen en deelt die met zijn vriendinnen. ‘Vijf september is de laatste kaasmarkt van het seizoen. Het wordt aanzienlijk rustiger in de stad en er valt minder te snaaien in de straten en op de terrassen. Veel meeuwen zullen dan hun kostje aan de kust bij elkaar scharrelen. Daar zullen ze bij de VVV wel blij mee zijn. Eindelijk minder overlast van ons gevleugelde soort.’

‘De VVV? De VVD zul je bedoelen, er woont toch een kamerlid in de stad dat jullie liever ziet gaan dan komen. Wist je dat hij Natuur en Dierenwelzijn in zijn portefeuille heeft, toch raar dat zo iemand jullie het liefst wil afschieten. Eigenlijk zouden we hem eens een lesje moeten leren.’

‘In Den Haag is dat gebeurd, daar hebben de duiven het voor ons opgenomen. Het kamerlid zag de stomerijkosten aanzienlijk oplopen, duivenpoep is een agressief goedje.’

‘Te makkelijk, even van je afflatsen. Daarbij valt de stomerij waarschijnlijk onder onkostenvergoeding dus hij merkt daar weinig van. Nee, we moeten hem meer last bezorgen.’

‘Waar denk je aan, Miet. Moeten we hem van jeuk voorzien? We zouden in zijn tuin kunnen overwinteren en dan op gezette tijden tussen zijn lakens kruipen. Zie je hem al in de trein naar Den Haag zitten? Krabben dat het een lieve lust is. Niemand wil naast hem zitten, denkend dat hij vlooien heeft. Tijdens de debatten kan hij niet stilzitten van de jeuk.
De kamervoorzitter zal er wat van zeggen, alle ogen gericht op het kamerlid van de VVD.
Ik kan me er nu al op verheugen.
Nadeel is dat wij naar de stad moeten verhuizen terwijl Twan juist de kust opzoekt, dat is de omgekeerde wereld.’

Even is het doodstil onder het bankje, dat Griet zoiets vileins bedenkt mag een wonder heten.
Het lijkt wel of het verblijf in de Achterhoek haar heeft veranderd. Nu nog de zenuwen de baas worden en Griet is een andere zandvlo. Twan waardeert het meeleven van zijn vriendinnen, maar een verhuizing naar de stad zal hij niet van ze verlangen.
Een eventuele wraakactie moet anders aangepakt worden. Behalve van zich afflatsen heeft Twan vooralsnog geen idee hoe hij het kamerlid eens flink op zijn nummer kan zetten.
Miet daarentegen zie met het oranje licht van de zonsondergang ook het licht tot een wraakactie.
‘Twan, haal ons vijf september op voor een laatste bezoek aan de kaasmarkt, kom een beetje op tijd en neem een paar maten mee. We spreken af bij het kasje van Sjef Kokkel.’

‘Miet wat voer je nu weer in je schild, waar ik niet van weet?’
‘Geen zorgen, Griet, ik leg het je nog wel uit. Belangrijk is dat Twan voor voldoende vervoer zorgt. Op zijn Achterhoeks, ‘Alles kump goed.’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen