zondag 29 november 2015

Miet en Griet 36

 Opvangcentrum

Terwijl Sverre zich suf eet en snuift in het kasje van Sjef Kokkel, zitten Miet en Griet met Twan aan tafel. Hij doet verslag van zijn bezoek aan de spreeuwenkolonie. Griet vindt dat het probleem al is opgelost. De spreeuw is met de noorderzon vertrokken dus waar zullen ze zich druk over maken. Miet is het, zoals gewoonlijk, niet met haar eens en vindt dat ze een zoektocht moeten organiseren. Twan zegt dat ze het zoeken beter aan de spreeuwen kunnen over te laten. Het is niet de eerste keer dat de vogel op drift is geraakt.
Griet weet genoeg. ‘Zie je nou wel, bemoei je niet met dat beest er komt narigheid van, ik voel het.’

Ondertussen heeft Sjef ontdekt dat er schade aan de vingerplanten is. Als de klanten van de motorclub hier lucht van krijgen zijn de rapen gaar. Sjef besluit de beschadigde planten in zijn soep mee te koken. Of je nou zevenblad verwerkt of een wietplant. Als je de bladeren goed fijn maalt, is er geen haan die ernaar kraait. Sverre begrijpt dat hij maar beter het hazenpad kan kiezen. Als Sjef met de oogst het kasje verlaat fladdert een spreeuw rakelings over zijn hoofd. Verbaasd kijkt hij de vogel na die, als een drone op zijn eerste proefvlucht, zigzaggend koers naar zee zet. Sverre’s navigatie is door de wiet behoorlijk gestoord geraakt en de storm die er staat, maakt de vlucht nog zwaarder. Hij mist op een haar na de vuurtoren en ploft ongecontroleerd onder het bankje aan de boulevard dat Miet hem heeft gewezen. De ruime consumptie uit het kasje mist zijn uitwerking niet.
Hij ziet nog net dat een zeemeeuw, met wind tegen, moeizaam op de rugleuning neerstrijkt.

Twan bekijkt het hoopje veren. ‘Stoned als een garnaal, die kan hier niet blijven liggen.
Als de reddingsbrigade met deze zuidwesterstorm wandelaars van het strand plukt, moet het voor een gedrogeerde spreeuw helemaal gevaarlijk zijn. In deze toestand ligt hij in zee voor hij er erg in heeft. Dit gaat Griet niet leuk vinden, maar ik breng hem toch naar het kuiltje van de zusters. Ik graaf hem in een beetje in zodat de wind geen vat op hem krijgt. De zandvlooien moeten op hem passen terwijl ik de Haakongroep waarschuw.’

Als Twan met de lamme vogel aankomt, schiet Miet meteen in de hulpmodus. Griet steekt geen poot uit. De achterdocht druipt van haar schild. Twan lijkt wel gek geworden om hun kuiltje tot opvangcentrum te bombarderen. Belachelijk dat Miet zich laat zandstralen vanwege een drugsverslaafde spreeuw. Bij haar kent hulpverlening geen grenzen.
Griet heeft haar grens getrokken en blijft binnen.

zondag 1 november 2015

Miet en Griet 35

Buitenbeentje

Aan de kust gaan geruchten met de snelheid van een vogelvlucht.
Zo kan het gebeuren dat Twan als snel op de hoogte is van het probleem waarmee zijn vriendinnen zijn opgezadeld. Hij vermoedt dat het hier om Sverre gaat. Een spreeuw uit Zweden die elk jaar probeert aan de Nederlandse kust te overwinteren. Sverre betekent druktemaker of, hij die draait als een wervelwind. Deze spreeuw doet zijn naam geen eer aan. Hij is lui en waait met alle winden mee. Haakon zijn vader en tevens leider van de spreeuwengroep heeft zijn vleugels vol aan de rebel.
Twan kent de buurt en de boom waar de Haakongroep jaarlijks een paar dagen pauze houdt voor ze doortrekken naar Centraal Europa. Hij besluit poolshoogte te nemen.
Vanaf grote afstand is het gekwetter van de spreeuwen te horen. Er blijkt een stevige discussie gaande over de vermiste Sverre.
De ene helft wil hem lossen zodat ze eindelijk kunnen doorvliegen. De andere helft vindt dat er een zoektocht naar de verloren zoon moet komen.
Twan vertelt van de vogel die zonder aankondiging voor de deur van de zusters Zandvlo is gaan liggen.

Bridget, Sverre’s jongere zuster, trekt boos van leer. ‘Er is altijd wat met die losbol. Ik heb wel gezien dat hij tijdens onze dansvlucht boven de polder, de randen van het patroon zocht en zich niet hield aan de afgesproken navigatie. Het is zijn manier om aan de groep te ontsnappen. Typisch mijn broer om als een dooie mus de aandacht te trekken in de hoop dat ze zich over hem ontfermen. Vorig jaar kreeg hij asiel in Bergen. Maar we moesten hem wegens wangedrag uit de opvang halen. Dronken als een tor omdat hij geen maat wist te houden met de jeneverbessen. Het is niet te hopen dat de ijverige vrijwilligers al zijn uitgerukt. Te veel eer voor die fladderaar. Zeg maar tegen de dames Zandvlo dat ze hem aan zijn lot overlaten en dat wij hem oppikken.’

Ondertussen is er bij Miet sprake van enige zorg. De vreemde gast heeft zijn logeerplek aan de boulevard verlaten en lijkt van de aardbodem te zijn verdwenen. Griet denkt dat het vreemdelingenprobleem hiermee is opgelost en wil over tot de orde van de dag.
De zusters weten niet dat Sverre het kasje van Sjef Kokkel heeft ontdekt.

De vingerplanten bezorgen hem een goed humeur en onder de lampen is het goed toeven. Wat hem betreft is de inburgering begonnen.