zaterdag 20 augustus 2016

Miet en Griet 51

De geschiedenis herhaalt zich (klik hier)

Dodelijk vermoeid van het roze feest vliegen Miet en Griet slapend naar Egmond. 
Pas als Twan zijn zwemvliezen in het zand zet, komen ze bij hun positieven. Ze bedanken de meeuw vanuit de grond van hun kleine hartjes voor de beleving die hij ze heeft bezorgd. 
Vooral Griet raakt niet uitgepraat over de glitter en de extravagantie, dat het zo leuk zou zijn heeft zij niet verwacht. Voor de feestgangers die weinig om het lijf hadden, heeft ze haar ogen gesloten, maar ze begrijpt dat deelnemers in boerkini het andere uiterste was geweest.
Twan is blij met het enthousiasme en vindt de missie geslaagd. Als de dames het deurtje van de zandkuil hebben dichtgetrokken, vliegt hij naar Alkmaar om zijn soortgenoten op te zoeken.

In een buitenwijk van de stad vindt hij de kolonie in rep er roer. Er wordt onsamenhangend gekrijst en gesnaterd over het meeuwenbestrijdingsbeleid dat mogelijk herroepen wordt.
De meeuwen hebben een rustige zomer kunnen beleven omdat de rechter de gemeente verbood de beschermde vogels nog langer dwars te zitten.
Twan heeft, tegen zijn zin, veel jonge meeuwen uit het ei zien komen, vrijgezel in hart en nieren, heeft hij het niet op met jong grut. Sommige ouders hebben van opvoeden geen kaas gegeten en hun kroost groeit op voor galg en rad. Ze maken onnodig herrie, hebben een grote bek en reageren agressief als ze een beetje eten in hun vizier krijgen.
Achterneef Jopke is zo’n onopgevoed exemplaar, daarbij heeft hij een aangeboren slaapstoornis. 
Elke ochtend om 5.00 uur zet hij het op een krijsen en maakt met veel misbaar de buurtbewoners wakker.
Wat betreft een gedeelte van zijn soortgenoten begrijpt Twan de klachten van de mensen wel, maar zoals het vaak gaat met bestrijdingsbeleid, moeten de goeden onder kwaden lijden.
Goed beschouwd hebben de burgers zelf de overlast veroorzaakt door slordig om te gaan met huisvuil en de meeuw van extra lekkers te voorzien om vervolgens te klagen over overlast. 
Het is net als verhuizen naar het platteland en daarna zeuren over megastallen en stank.

Eigenlijk hoort een meeuw langs de kust te foerageren, maar hij is gewend geraakt aan een gevarieerd menu, rauwe vis eet hij bijna niet meer. De jongere generatie weet waarschijnlijk niet eens hoe een visje te vangen, die halen hun kant-en-klaar bereide maaltje op de markt of bij de snackbar.
Als de plannen doorgaan zal het voor Twan en de oudere generatie wel loslopen, maar de jongeren zullen weinig kans krijgen een nest te bouwen en als het al lukt, zal hun kroost niet uit het, met olie ingesmeerd, ei komen. Diervriendelijke maatregelen noemt de gemeente dat.
Achterneef Jopke stelt voor de burgemeester bij de eerstvolgende gelegenheid, als hij in zijn goeie pak staat met de blingblingketting om zijn nek, eens flink te kakken te zetten. Een paar vette flatsen en zijn pak is naar de filistijnen. Wat denkt die vent wel, ons beschermde diersoort bestrijden, dat is discrimininatie.

Twan zucht eens diep, de geschiedenis herhaalt zich en de jeugd vindt opnieuw het wiel uit.


foto's internet

donderdag 11 augustus 2016

Miet en Griet 50

Gaypride

Miet en Griet arriveren tussen de nekveren van Twan in Amsterdam.
Zijn eerste landing is op het Damrak, want na zo’n lange vlucht verdient een meeuw wel een versnapering. Tussen een groep spreeuwen scharrelt hij zijn kostje bij elkaar. De zusters nemen met een paar korreltjes paneermeel van een restje kroket genoegen. Het trio zet koers naar de Dam waar Twan op het dak van het paleis tussen de volgepropte duiven een plekje vindt.
Beneden speelt zich een waar theater af. Het krioelt er van de mannen en vrouwen waarvan er veel opvallend gekleed zijn. In roze, zwart leer, enorme gekleurde pruiken en uitbundig opgemaakt. De carnavalsvereniging in Egmond kan er nog wat van leren.
Griet vindt het overdreven, maar Miet geniet zichtbaar van alle pracht en praal. Haar pakje zal het goed doen in deze enorme verkleedpartij.
Naast Twan strijkt een dikke duif neer. ‘Wat heb jij wonderlijk gezelschap bij je, wat is dat voor klein grut?’
‘Mijn beste vriendinnen, de gezusters Zandvlo Miet en Griet uit Egmond. Ik trakteer ze op de Gaypride en drop ze straks op een boot.’
‘Wel ja waarom ook niet, zandvlooien op de Gaypride, in Amsterdam kan alles. Ik adviseer je de boot van Karin Bloemen te nemen. Ik heb haar net gezien, dat mens heeft een te gekke hoed op, hele geschikte plek om in mee te varen. Beetje lawaaiig als La Bloemen haar zangtalent uit de kast trekt, maar de Gaypride is sowieso één grote bak herrie. Elke boot heeft zijn eigen muziek en alles aan boord zwaait met heupen en steekt de handjes in de lucht. Als je goed kijkt doen ze allemaal hetzelfde tot de burgemeester aan toe. Dat wordt nog een hele belevenis voor die twee deupen. Ik hoop dat ze er tegen kunnen. Ik vlieg naar de Jordaan, daar kun je vanmiddag vrij op straat scharrelen omdat heel Amsterdam langs de grachten staat. Nou de mazzel en succes met die meiden.’

Twan neemt zijn vrachtje weer op de nek en zet koers naar de Prinsengracht waar hij op een lantaarnpaal de botenparade afwacht. Hij vertelt Miet en Griet wat de bedoeling is. Het is niet moeilijk homomoeder Karin Bloemen te ontdekken, haar hoed torent boven alles uit. Twan laat de zusters een zachte landing maken op het hoofddeksel en maakt zich, voor hij weggemept wordt, uit de voeten. Vanaf hun eretribune hebben de zusters een prachtig zicht op alles wat er vaart en langs de grachten staat.
Het is één groot feest aan muziek en kleurrijke uitbundige kleding, hoewel bij sommige feestgangers van kleding nauwelijks sprake is, maar dat mag vandaag de pret niet drukken.
Zelfs Griet stoort zich er niet aan, wat ze nooit heeft verwacht, ze voelt zich thuis in de roze hoed.
Bij elke deining van de beroemdheid komt er heel wat in beweging en zo worden Miet en Griet al
snel opgenomen in het feestgedruis.
Voorzichtig steekt Griet twee pootjes de lucht in en begint op en neer te springen. Miet valt van verbazing bijna in het enorme decolleté van de diva, maar ze herstelt zich snel en volgt het voorbeeld van haar zuster. Eensgezind springend varen de vlooien naar het eindpunt waar Twan ze zit op te wachten. Hij overziet de armada en ziet dat het goed is. Tevreden hijst hij de verhitte zusters tussen zijn veren en gaat op de vleugels. Boven het Centraal Station is het al verdacht stil in zijn nek. Normaal wordt er gekibbeld, maar de dames liggen in elkaars pootjes onder zeil.
‘Voor pampus, napraten moet maar in Egmond', mompelt de meeuw.

foto internet

donderdag 4 augustus 2016

Miet en Griet 49

Join our freedom

Twan Zeemeeuw, de gevederde vriend van de zusters Zandvlo landt aan de voet van de vuurtoren in Egmond aan Zee. Luid snaterend trekt hij de aandacht van Miet en Griet, die nog zitten bij te komen van de ondergang van de Pokémon.

‘Ik kom jullie ophalen voor een uitstapje naar Amsterdam, het is daar al dagen groot feest,
echt iets voor jullie om mee te maken. De hele stad kleurt roze.’

Griet, die de uitzending van omroep Max heeft gezien waarin Geer en Goor met in roze geklede hoogbejaarden door de grachten varen, bouwt meteen reserves in.
 ‘Je bedoelt het feest van homo’s en lesbo’s. Wat moeten wij daar, wij zijn toch niet van dat genre?

Miet is er als de kippen bij met tegengas. ‘Wat maakt dat uit wij zijn van hetzelfde geslacht en wonen samen. Oké, wij zijn zussen, maar daarom is het nog wel leuk een dergelijk feest mee te maken. Stel je eens voor, varen door de Amsterdamse grachten, een huwelijksvoltrekking meemaken in het Vondelpark, straatfeest op de Zeedijk.’

‘Ook dat nog, niet de roze, maar de rosse buurt. Jij haalt meteen alles uit de kast.’

‘Precies dat is nou net wat die mensen doen, uit de kast komen en gelijk hebben ze.
Stoppen met de bekrompenheid van wat wel en niet kan. Vier de vrijheid, dat zouden meer mensen moeten doen.’

‘Miet, je denkt toch niet dat ik schaars gekleed op zo’n boot meevaar. Bij de gedachte alleen al stijgt het schaamrood me naar de kaken.’

‘Wie zegt dat jij schaars gekleed of in een leren broekje op een boot moet staan. Doe voor mijn part een winterjas aan, maar zie nou eens ergens de lol van. Krijgen we eindelijk de kans weer eens buiten de Egmondse grenzen te gaan, kom jij met bezwaren.
Twan gaat mee, dus kun je de feestelijkheden vanaf grote hoogte zien, je hoeft je niet in het feestgedruis te storten. Hoewel ik in mijn roze glitterpakje graag mee zou doen aan de Gaypride.’

‘Meedoen aan de Gaypride, voel jij je wel helemaal lekker. Twan zeg jij er eens wat van.
Jij komt hier aanvliegen met een onzinnig voorstel en mijn zus verliest meteen haar zelfbeheersing. Dat zij meedoet aan de Gaypride zal toch je bedoeling niet zijn.’

‘Waarom niet? Als ze dat graag wil, breng ik haar met plezier op de goeie plek, misschien strijk ikzelf ook wel een tijdje op zo’n boot neer. Waarom zouden jullie in aflevering 50 niet een feestje vieren, het is een mijlpaal in jullie bestaan. Je kunt hier blijven en een zandgebakje tot je nemen, maar verslag doen van een groot feest is vele malen leuker.’

Een jubileum … die boodschap moet landen bij de dames, ze zijn er stil van. Heeft hun biograaf van 50 avonturen verslag gedaan?

‘Ik dacht wel dat jullie dat zou ontgaan. Zandvlooien zijn geen haar beter dan de mensen die ze jaarlijks naar het stadhuis lokken om ze een lintje op te spelden.
Griet zet je bezwaar opzij, Miet pak je roze pakje in. We gaan. ‘Mokum here we come.’

woensdag 27 juli 2016

Miet en Griet 48

Gered door de bal

Terwijl Miet op verkenning uitgaat, leest Griet in de krant het laatste nieuws.
Op de voorpagina prijkt een foto van een zelfde monster dat zij in de tuin heeft zien zitten.
Aandachtig leest ze het artikel en het wordt haar duidelijk hoe de vork in de steel zit.
Het gedrochtje wordt bedreigd en zoekt waarschijnlijk een veilig onderkomen. Diep in haar hart heeft Griet medelijden met de Pokémon. Je zal voortdurend onder vuur liggen en altijd maar op de vlucht moeten zijn. Ze weet uit de krant dat dit niet alleen wonderlijke wezens overkomt, dat blijkt uiteindelijk een spelletje waar de mensheid ooit weer genoeg van krijgt, maar dat er wereldwijd massa’s mensen op de vlucht zijn is vele malen erger. Van dat gegeven ligt Griet soms wakker. Zinloos, denkt Miet, het verpest je humeur en het levert geen vluchteling minder op. 
Een egoïstisch standpunt vindt Griet en vervolgens liggen ze uren te bekvechten. Nou ja beter zo dan je nergens iets van aantrekken, maar tegen de grote wereldmachten kan een zandvlo niets uitrichten. Een bange Pokémon opvangen is eenvoudiger. Hoewel, erg bang keek hij niet uit zijn felle oogjes. Ze hoopt dat Miet niet al te veel beloftes doet. Misschien moet ze gaan kijken wat er tussen Miet en de vreemde gast voorvalt. Vanachter het raam ziet Griet dat Umbreon bezig is zich in te graven. Miet is met een bedenkelijk trek om haar mond op weg naar de voordeur, die Griet met een ruk opentrekt. ‘Ik heb net de krant gelezen en weet wat er gaande is, dat daar wordt opgejaagd en zoekt een onderduikadres, jij hebt natuurlijk al goed gevonden dat hij zich ingraaft, heb ik gelijk?’

‘Ik heb gezegd dat ik het met jou moet overleggen. Veel kwaad kan het volgens mij niet.’

‘Zo onschuldig is dat vermaak niet, lees de krant maar. De jagers bezorgen overlast op plekken waar dat niet hoort en ze brengen zichzelf en anderen in gevaar. Er zijn er die zelfs achter het stuur van hun bus op jacht zijn naar die malle figuurtjes. Dan ben je toch onverantwoord bezig? Wij lopen het risico dat zo’n opgewonden clubje voorbij komt en ons zandkuiltje laat instorten, daar heb jij vast niet aan gedacht.
Bovendien heb ik gelezen dat dit exemplaar, uit het geslacht Eevee, een onstabiel karakter is dat andere gedaantes kan aannemen. Best kans dat er inmiddels iets anders onder het zand ligt. Het wakkert de gekte nog meer aan.’
Terwijl Griet midden in haar relaas zit, begint het dak van het zandkuiltje gevaarlijk te schudden.

‘Daar zal je de jagende badgasten hebben. Als dat zo doorgaat moeten we nog een nieuwe kuil graven. Dumpen dat monster. Wijs hem het vingerplantenkasje van Sjef Kokkel in de duinen, dat ligt goed verstopt of misschien weet Twan een plek bij de vuilverbranding in de stad. 
Alles beter dan een schuilplek binnen ons domein.’

Geschrokken veegt Miet een pootvol zand van tafel. ‘Je hebt gelijk, tegen zoveel opschudding is ons huisje niet bestand. Umbreon moet zijn vege lijf maar elders zien te redden.’

Buiten gaat gejuich op. Onder een gekleurde bal spat een zandhoopje uit elkaar.

donderdag 21 juli 2016

Miet en Griet 47

Onrustzaaiers



Bij het zandkuiltje van Miet en Griet ligt een bruin gedrochtje.
Het lijfje heeft een staart en op het ovaalvormige kopje steken een paar konijnenoren triomfantelijk omhoog. Terwijl het monstertje zijn geelgroene tandjes bloottrekt speurt het met knalrode oogjes venijnig de omgeving af. Griet schrikt zich wezenloos bij het aanschouwen van het bruine geval en maakt benen om veilig achter de voordeur te komen.
Met een angstige piepstem doet ze Miet verslag van de enge vondst.

‘Het is vast een wezen van een andere planeet’, hijgt ze. ‘Afgezet door een UFO, zo’n ruimteschip dat ons geluidloos bespiedt.’

‘Welk zweverig blad is er deze week in de aanbieding? Vorige week hadden we paniek over graancirkels en nu ligt er een vreemd wezen op onze stoep. Erg intelligent kan het niet zijn anders had het zich wel een andere plek gezocht. Je kan beter op de boulevard voor vondeling gaan liggen dan op het erf van twee zandvlooien.’

Al mopperend gaat Miet op onderzoek uit en stuit op een katachtig wezen dat vijandig loerend onder het postbusje zit.

‘Wie ben je, waar kom je vandaan en wat brengt je op ons erf? Je hebt mijn zuster de stuipen op het lijf gejaagd en daar ben ik niet blij mee.’

‘De naam is Umbreon, uit het geslacht Pokémon, nakomeling van Evee.
Van oorsprong kom ik uit Japan en ik verstop me voor de Pokémonjagers.’

 ‘Japan? Dan ben je knap ver van huis. Ben je aangespoeld of zo?’

‘Nee, ik ben door Nintendo, de grote Pokémonbaas, naar hier gestuurd om me te laten vangen door Pokémonjagers. Ik ben onderdeel van een, niet ongevaarlijk, spel dat wereldwijd per telefoon gespeeld wordt en waar menig mens aan verslaafd is geraakt. Mijn baas verdient goud geld en brengt de jagers op onmogelijke plekken en in gevaarlijke situaties. Mij staat de verslavende werking tegen en ik heb besloten het spel niet mee te spelen. Daar krijg ik natuurlijk gedonder mee, tenzij ik me goed weet te verbergen. Op de boulevard is het levensgevaarlijk voor me.
Heb je die groepjes jongelui met hun telefoontjes in de aanslag niet zien lopen? Die telefoontjes zijn voor ons Pokémons een dodelijk wapen.  Kan ik niet in jullie tuin blijven liggen tot de hype over is?

‘Mij lig je niet in de weg, maar Griet zal ongetwijfeld met bezwaren komen. Vergeleken met de dolgedraaide wereldkermis beteken jij natuurlijk niets. Aanslagen op onschuldige mensen, een mislukte staatsgreep, daarna een president die zijn halve land achter de tralies zet en als klap op de vuurpijl Geert Wilders vol trots in het kamp van die schreeuwlelijk in de VS.
Je zou zeggen, een opstandige Pokémon is voor een paar zandvlooien beter te behappen dan de dikhuiden op het wereldstrijdtoneel, daartegen halen onze ludieke jeukcampagnes niets meer uit.
Als ik dat laatste opvoer gaat mijn zuster vast overstag. Graaf je maar vast in.’

maandag 18 juli 2016

Miet en Griet 46

Miet beantwoordt fanmail

Beste Piet van Vlooien,

Hartelijk dank voor uw aardige brief. Wij voelen ons vereerd met zoveel aandacht.
Het kostte minstens een dag om tot overeenstemming te komen of wij uw brief zouden beantwoorden. Ik zal u de details besparen. U zult uit alle verhalen wel begrepen hebben dat mijn zuster Griet snel van streek is als zich gebeurtenissen voordoen die zij niet meteen kan overzien. Maar zondag waren we er dan toch uit, want als puntje bij paaltje komt wil Griet niet onaardig worden gevonden en dat risico loopt ze als ze haar pootje strak blijft houden.
Ik stel voor dat wij elkaar gewoon bij de naam noemen en het u achterwege laten.
Je hebt voldoende aangetoond dat je weet hoe het hoort. Het zal er in huize Plato vast keurig aan
toegaan. Wat betreft de verliefdheid zou ik je willen aanraden je gevoelens in toom te houden en je heil bij je eigen soort te zoeken. Deze opmerking heeft met discriminatie of racisme niets te maken, maar vooral met je leefomgeving. Er is groot verschil tussen een kattenvacht en een zandkuil, dus in die zin kan het nooit wat worden voor wie je ook kiest. Daarbij is Griet niet vrij van allergie waar het huisstofmijt betreft. Ik ben me bewust dat ik grote stappen neem, maar een onmogelijke verliefdheid kun je maar beter in de kiem smoren. Geloof me, ik weet waar ik over praat. Als je alle verhalen hebt gelezen weet je waar ik op doel. Hoewel het een doerak was, zal ik mijn Italiaanse Luigi nooit vergeten.

Je vraagt of wij weer wat avonturen willen beleven. Beleven is één ding, maar erover schrijven moet je niet onderschatten. Griet en ik zijn er ooit aan begonnen en zijn ons bewust dat dit verplichtingen schept. Griet is snel geneigd het bijltje erbij neer te gooien, zoals jij het mooi verwoordt en ik heb niet altijd zin die kar alleen te trekken.

Twan stond laatst ook al te mekkeren. Hij vindt dat we weer eens over zijn problemen moeten schrijven. In de regio waar hij rondvliegt en foerageert, moesten ze van de rechtbank de bestrijding van overlast aan meeuwen staken. Met gevolg dat dit jaar alle eieren zijn uitgebroed en de populatie meeuwen aanzienlijk is uitgebreid. Met andere woorden de spoeling aan voedsel is dun geworden. Als je Twan moet geloven is het knokken geblazen om een vers patatje.
De mensen schijnen steen en been te klagen over de herrie die ze daarbij maken. Sommige stedelingen schijnen er wakker van te liggen.
Daar hebben kustbewoners geen last van, die zijn op gebied van krijsende meeuwen wel wat gewend.

Beste Piet dit epistel gaat richting 500 woorden, dat is zo ongeveer de limiet die wij ons stellen. Of je mee kunt delen in onze avonturen houden we even in beraad. Griet is namelijk helemaal van slag omdat er een klein gedrochtje voor onze deur ligt.
Ik moet nu gaan uitzoeken wat dat monstertje van ons wil. Je hoort er nog wel van.
Voor nu hartelijke groeten ook van Griet.

Miet Zandvlo.

Miet en Griet 45

Miet en Griet ontvangen fanmail

De gezusters Zandvlo zijn sinds maart van dit jaar in retraite. Ze hadden even geen zin in geruzie en avonturen. Zoals te verwachten was, is vooral Griet blij met de mediastilte. Zij is van het duo de minst avontuurlijke en zit het liefst in of voor het zandkuiltje met de krant en een potje thee.
Zij is tevreden met de bezoekjes van hun vriend Twan, de zeemeeuw die af en toe verslag komt doen van de toestand in de regio.
Miet stapt regelmatig tussen zijn vleugels wanneer de verveling toeslaat.
Sinds vandaag is er weer enig leven in de brouwerij van de gezusters. Vanmorgen lag er een brief in hun postbusje. Om de tijd te doden tilt Miet, voor de show en zonder enige verwachting, iedere ochtend het dekseltje op. En nu ligt daar een envelopje. Ze ruikt meteen avontuur. Griet verschiet van kleur, onverwachte post betekent ongetwijfeld onrust.

‘Niet openmaken. Je weet tegenwoordig nooit wat de inhoud van een brief is, laat staan wie de afzender is.’

‘Angsthaas, jij leest de verkeerde rubrieken in de krant, wat hebben wij zandvlooien nou te vrezen. Misschien wil er een familielid uit de Achterhoek komen logeren of is het een bericht van Sverre uit Zweden.’

Met haar voorpootjes scheurt Miet de envelop open en begint aandachtig te lezen.
Ze bloost van de inhoud van het schrijven. Griet ontgaat de gemoedstoestand van haar zuster niet en eist hardop verslag.

Aan Miet en Griet,

Sinds ik aan de kat van Plato ben toegevoegd als permanente metgezel, lees ik zo ongeveer ook wat Plato leest. Zo ook de avonturen van u beiden. Dat beviel zo goed dat ik inmiddels aan u verslingerd ben geworden. Maar bij het laatste verhaal zag ik u het bijltje er bij heeft neergegooid. Heeft u ooit wel eens een mannetjesvlo zien schreien? Nou, ik schaam me er niet voor. 'Piet,'snikte ik, 'nou ben je een keer verliefd (al weet ik nog niet op welke van de twee het meest) en nou stoppen ze er mee.'

Daarom vraag ik u: wilt u af en toe weer eens wat beleven? U maakt er een vlo op middelbare leeftijd onsterfelijk blij mee. Eigenlijk zou ik ook wel graag in uw verhalen een rol willen spelen. Ik kan redelijk acteren, al zeg ik het zelf. Wilt u er eens over nadenken of u mij niet een beetje wilt adopteren?
Piet is de naam, Piet van Vlooien, zoon van Wiet Piet sr. uit Jeukeveen.

Hartelijke groeten

Piet

De brief belandt met een zachte plof tussen theepot en krant.

‘Miet, kijk niet zo glazig. Belachelijk, een schreiende kattenvlo die zich hier wil ingraven.
Een nazaat van Wiet Piet. Van wiet is nog nooit iets goeds gekomen, denk aan Sjef Kokkel en zijn kasje vol groene planten. Doe weg die brief, ik wil er niets mee te maken hebben.’

‘Geen sprake van, wij gaan deze fanmail volgende week beantwoorden.’

‘Wij? Jij zal je bedoelen. Tss, fanmail … ‘